Quilts - een korte introductie

De wat wij als klassieke quilt beschouwen werd vooral ontwikkeld in de Verenigde Staten in de twee vorige eeuwen. Het quiltmaken werd en wordt er door velen beschouwd als een deel van het huishouden – er is geen Amerikaanse serie of film die geen quilt over de sofa heeft liggen of tegen de muur heeft hangen. Daarenboven zijn er verschillende quiltmakers die het stofjes aan elkaar naaien hebben verheven tot een echte kunst en die ook buiten de quilterswereld naam hebben gemaakt.

Door een heropleving van deze hobby in de jaren 70-80 in de VS en de jaren 90 in Europa, werd de quilt een multimillion dollar business in de VS en schoten midden jaren 90 de stoffenwinkels ook in Europa uit de grond. Tien jaar geleden was deze hobby een ware hype, nu is ze, althans in België een ietwat bekoeld. Frankrijk, dat tot voor enkele jaren niet zo'n enthousiast "quiltersland" was, is nu aan een inhaalbeweging bezig.

Een van de mooie eigenschappen van het maken van quilts is, dat je volledig je eigen zin kan doen en volgens je eigen inspiratie kan werken. Zo zijn vele Japanse quilts doorgedreven perfectionistisch en tot in het kleinste detail uitgewerkt, terwijl de Europese dikwijls van de traditionele patronen afwijken en heel eigenzinnige ontwerpen en kleurstellingen hebben.

De klassieke quilt bestaat meestal uit drie lagen stof : de bovenkant of “top”, de vulling of “batting” en de onderkant of “backing”.

De top bestaat meestal uit volgens een bepaald patroon (of aantal patronen) aan elkaar gezette stukjes stof.

Het geheel wordt aan elkaar gequilt, d.w.z. met een kleine rechte rijgsteek doorheen de drie lagen aan elkaar bevestigd.  Met die eenvoudige rijgsteek kunnen de mooiste patronen worden gemaakt en zo combineert de naaister het mooie met het praktische! Daarenboven kan het "quilten" een werkstuk beweging geven of net statisch maken.