Handwerk? Enkele tips

Draadrichting

In bijna alle tijdschriften staat een korte handleiding over de basisprincipes van het naaien van patchwork met de hand.  

Ik ga dus geen alomvattende handleiding hier geven, maar wel enkele tips die, althans voor mij, hun waarde hebben bewezen.  

Draadrichting

Het is soms verschrikkelijk, als je, nadat je je stukken nauwkeurig hebt uitgesneden en aan elkaar gezet, moet vaststellen, dat je blok langs de zijkanten golft en dat hij helemaal niet plat blijft liggen.  

De voornaamste oorzaak hiervan is dat de stukken niet goed werden uitgesneden.  De richting waarin de mallen op de stof worden gelegd is zeer belangrijk en varieert naargelang het ontwerp en de positie van de figuren in het ontwerp.

Waar mogelijk dien je zoveel mogelijk de draadrichting van de stof in dezelfde richting te leggen als de buitenkant van de secties in het blok, de buitenkant van het blok of de buitenkant van de quilt.  Hierdoor vermijd je dat je blok scheef gaat trekken.  Soms kan ook het effect van een stof bepalend zijn voor de richting van de stukken, maar je moet zoveel mogelijk vermijden dat een biais kant (schuine richting van de stof) aan de zijde van een blok valt. 

Hierboven zie je twee voorbeelden van hoe de draadrichting ligt.

Let dus even op de draadrichting als je je mallen op de stof tekent.

Spanning

Ook als je met de hand naait, is het belangrijk dat je altijd dezelfde spanning op je draad legt.  Een te lage spanning zorgt ervoor dat je werk een slordig uitzicht krijgt, dat je steken zichtbaar zijn en dat je geen mooie rechte blokken krijgt.  

Een te hoge spanning zorgt er dan weer voor dat je stof te strak wordt samengetrokken, waardoor je golven krijgt.  Let er dus op altijd dezelfde spanning op de draad te leggen.  En probeer ook je steken allemaal even groot te maken.

Naaien

Leg twee lapjes stof die aan elkaar genaaid moeten worden met de goede kanten op elkaar en steek spelden loodrecht op de naailijn om ze op hun plaats te houden.  Steek spelden aan de begin– en eindpunten in de lapjes om te voorkomen dat ze verschuiven.

Begin en eindig met een twee stiksteekjes om de naad vast te leggen, naai de rest met een fijn rijgsteekje.   Let erop dat je nooit in de naadtoeslag naait, maar alleen op de lijn!

Als je naad af is, plooi je de twee naadtoegiften naar de donkerste stof toe. 

Strijk NOOIT een naad open in patchwork!  Dan leg je de steken bloot en komt achteraf je batting doorheen de naad!